Na ruim acht jaar Kamerlidmaatschap voor GroenLinks had ze het wel gezien. De eerste politieke vluchteling die in Nederland verkozen werd tot volksvertegenwoordiger nam vorig jaar „heel overwogen” afscheid van de politiek. „Ik ben iemand die zich altijd wil laten verrassen”, zegt de in Iran geboren Farah Karimi aan de eettafel in haar Utrechtse bovenwoning. „De verbazing was er uit.”
Op 22-jarige leeftijd ontvluchtte Karimi – hoogzwanger – haar vaderland. Ze was er vanwege haar politiek activisme tegen het regime van de sjah, en later tegen dat van Khomeiny, niet meer veilig. In de koude bergen van Iraans Koerdistan werd haar enige kind geboren. Nu is haar zoon het huis al weer uit; hij studeert rechten in Maastricht.
Karimi kijkt terug op boeiende jaren aan het Binnenhof. „Ik kan mezelf gelukkig prijzen met alles wat ik heb geleerd. Zoals de bereidheid om compromissen te sluiten en het respect voor andermans opvattingen. Nederland heeft een van de meest weerbare democratieën ter wereld omdat groeperingen met extreme opvattingen zijn te integreren in het parlement. Neem Wilders van de PVV. Zijn opvattingen zal ik altijd bestrijden, maar het is goed dat hij in de Kamer zit zolang hij de mening van een deel van de bevolking vertegenwoordigt.”
Tijdens haar reizen in Afghanistan heeft Karimi gezien hoe ver het sluiten van compromissen afstaat van de daar gekozen volksvertegenwoordigers. Als senior consultant voor het United Nations Development Programme UNDP, de grootste ontwikkelingshulporganisatie ter wereld, reisde Karimi begin dit jaar voor drie maanden naar Afghanistan om parlementariërs te leren hoe zij het beste hun taak uit kunnen voeren.
Is uw missie daar nu volbracht?
„Ja. Ik wilde niet langer blijven. Er zitten te weinig democraten in het parlement. Het wordt gedomineerd door krijgsheren die eigenlijk niet bereid zijn om vooruitgang te boeken met het democratiseringsproces.”
U bent daarin teleurgesteld?
„Dat is erg moeilijk gebleken. De warlords misbruiken democratische instrumenten voor hun eigen belang, bijvoorbeeld door amnestiewetten voor zich zelf te regelen. Dat stelt teleur. Maar ik had eigenlijk nog meer moeite met de landen van de internationale gemeenschap die zo egoïstisch en verdeeld zijn. Dat maakte me echt woedend. Zij hebben geen enkele gemeenschappelijke visie op de vraag hoe zij om moeten gaan met het parlement. Ik heb gezien hoe de regering van Karzai volksvertegenwoordigers corrumpeert. Daar sluit de internationale gemeenschap de ogen voor. De verhoudingen in Afghanistan worden schever en het buitenland ondersteunt dat.”
Wat kan een eenling daar tegen beginnen?
„Niet veel, maar ik heb toch goede dingen kunnen bereiken. Zo heb ik contact tot stand gebracht tussen de parlementariërs en de militairen van de ISAF. De Afghaanse volksvertegenwoordigers hadden geen idee wat ISAF deed en het kwam niet in ze op te vragen om een ontmoeting.”
Dit jaar verbleef Karimi in totaal niet meer dan zes weken in Nederland. Twee dagen na haar laatste dag in de Tweede Kamer reisde de voormalig woordvoerder Buitenlandse Zaken van GroenLinks al voor twee weken af naar het Midden Oosten.
Waarom ging u daar heen?
„Samen met het Nederlandse Helsinki comité heb ik de Stichting Bridging the Gulf opgericht, waar ik voorzitter van ben. De stichting wil mensenrechten in negen landen rond de Perzische Golf steunen, van Irak, Iran en Saoedi-Arabië tot Oman, Jemen en Bahrein.”
Hoe pak je zoiets aan?
„We zijn begonnen daar geestverwanten te zoeken. Er zijn heel weinig Nederlandse organisaties die iets doen in deze regio, die zo enorm belangrijk voor ons is; niet alleen vanwege de energievoorziening maar in de discussie over het islamitische fundamentalisme. Onze organisatie wil dat er een betere samenwerking in de Golfregio ontstaat zodat de landen zelf een manier vinden om hun eigen problemen op te lossen.”
Wat is er met zo’n bezoek te bereiken?
„Het onderwerp van mensenrechten, is bespreekbaar geworden. In het gebied rond de Golf beschouwen landen hun burgers als onderdanen. Ons gaat het er om dat die burgers bewust worden dat ze rechten hebben.”
U bent ook net terug uit de VS. Waarom was u daar?
„Ik wilde daar invloedrijke Iraniërs ontmoeten die kort geleden naar de VS zijn gevlucht, zoals studentenleiders en leden van de vrouwenbeweging. Zo probeer ik de sociale beweging in Iran te ondersteunen. Het was in Iran een zwarte zomer. De repressie neemt toe.”
Volgt u het Nederlandse nieuws ook nog op de voet?
„Veel minder maar ik lees de kranten nog wel. Nu ik alles wat meer van een afstand bekijk, word ik echt ziek van de navelstaarderij in Nederland. De oorlog in Irak gaat maar door, Amerika levert het Midden Oosten voor meer dan 30 miljard euro wapens en het enorme armoedeprobleem in de wereld wordt maar niet kleiner. Dagenlang gaat het hier over het pleidooi van Wilders om de Koran te verbieden, een uitspraak waarvan iedereen weet dat het nonsens is. Die niets oplevert en de aandacht van grote vraagstukken afleidt.”