Europa grote afwezige in de Golf-regio
de Volkskrant, Forum, 4 januari 2007 (pagina 10)
door Farah Karimi
Europa heeft nagenoeg geen politieke invloed in de landen rond de Perzische Golf, constateert Farah Karimi. Dat is merkwaardig omdat juist Europa er belang bij heeft dat die landen zich in democratische richting ontwikkelen.
Vrouwen in Koeweit willen dolgraag naar het parlement, terwijl ik na acht jaar de Nederlandse Tweede Kamer vrijwillig heb verlaten. Rola Dashti begrijpt daar niets van. Dashti is de bekendste vrouwenactiviste in Koeweit. Vrouwen hebben in haar land nog maar sinds een paar maanden stemrecht. Bij de afgelopen parlementsverkiezingen was zij een van de kandidaten. Helaas wist niet één vrouw voldoende stemmen te krijgen voor een zetel in het adviserende parlement.
Rola Dashti is één van de mensen die ik sprak tijdens een rondreis in de landen rond de Perzische Golf. Ze maakte een scherpe analyse van de situatie in de regio: na 11 september 2001 bewijzen de regeringen in de regio ?lippendienst? aan democratie en mensenrechten. Er zijn wat kleine stappen gezet naar politieke hervormingen, zoals de beperkte verkiezingen in de Verenigde Arabische Emiraten (de Emir benoemde 6600 mensen en gaf hen actief en passief kiesrecht voor een adviserend parlement) en verkiezingen voor lokale raden in Saudi-Arabië, waarvan vrouwen waren uitgesloten. Voor Dashti gaan deze cosmetische veranderingen niet snel en niet ver genoeg. Zij en andere hervormers proberen wel maximaal gebruik te maken van de ?lippendienst?, en de gevoeligheid van de heersers voor hun imago in het buitenland, om langzaam maar zeker aan de opbouw van democratische instituties te werken. Maar de ontwikkelingen in Irak bemoeilijken hun werk.
In het splinternieuwe Plaza Hotel in Arbil, de hoofdstad van Iraaks Koerdistan, vergeet je meteen dat je in een land bent waar een burgeroorlog woedt. Het hotel is eigendom van een van de partijbonzen in Koerdistan, maar er werken nauwelijks Koerden. Het personeel komt uit de Filipijnen, Libanon en andere verre landen. Koerdische leiders hebben bedacht dat Koerdistan een nieuw Dubai moet worden. De keerzijde van dit idee is nu al zichtbaar. Terwijl in grote delen van Koerdistan onderontwikkeling, werkeloosheid en armoede heersen, worden zowel ongeschoolde als specialistische arbeidskrachten uit Aziatische en Afrikaanse landen gehaald.
De drie Koerdische provincies in Noord-Irak zijn veilig. De Koerdische bevolking ? die geniet van haar bevrijding van het juk van Saddam ? waakt ertegen dat militante en terroristische groepen zich in die provincies vestigen. Alleen rond Kirkuk, een multi-etnische en olierijke stad, is de situatie onveilig.
Ondanks de relatieve veiligheid is de stemming in Koerdistan allesbehalve euforisch. Door de ontwikkelingen in de rest van Irak moeten de Koerden duizenden ontheemden uit de rest van het land herbergen, en ze krijgen onvoldoende middelen van de centrale regering voor hun ontwikkeling. De Koerden worden ook geconfronteerd met wanbestuur in hun eigen gebied. Corruptie en nepotisme zijn geen uitzonderingen. Ook in Koerdistan hebben mensen last van een gebrekkige watervoorziening en elektriciteit.
Opvallend is dat de Koerden zich realiseren dat hun droom van een vrij en welvarend Koerdistan alleen gerealiseerd kan worden als het in de rest van Irak ook goed gaat. Een eventueel uiteenvallen van Irak of een langdurige burgeroorlog zal ook de Koerden belemmeren in hun vooruitgang. De buurlanden Turkije en Iran zitten niet te wachten op een onafhankelijk Koerdistan en in het geval van een burgeroorlog zal de rest van de wereld zijn handen nog meer van Irak aftrekken. Geen interesse betekent ook geen middelen voor grote wederopbouwplannen. Bovendien zal het steeds moeilijker worden voor de Koerden buiten het sektarische geweld te blijven.
Dat het geweld in Bagdad en andere delen van Irak een ontwrichtende werking heeft op alle lagen van de samenleving, horen we van onze gesprekspartners die uit andere delen van Irak naar Arbil zijn gekomen om met ons te praten. Het zijn vooral intellectuelen: hoogleraren, docenten, schrijvers en journalisten. Ze zijn zonder uitzondering pessimistisch over de situatie. Kidnapping, moord, crimineel en terroristisch geweld beheersen hun leven. Milities van soennieten en sjiieten beheersen hun buurten. Iedere keer dat ze de straat opgaan, zijn ze doodsbang dat het de laatste keer is.
Er is nauwelijks vertrouwen in de Iraakse regering en al helemaal niet in de Amerikanen. Ik schrik wel van wat ik te horen krijg. Verbitterd roepen deze mannen en vrouwen om een sterke man. Een dictatuur is vele malen beter dan de huidige situatie, zeggen ze. ?Na drie uur ?s middags kunnen we niet de straat op, onze kinderen kunnen niet naar school, zelfs de meest simpele medicijnen zijn niet beschikbaar, onze vrouwen en meisjes zitten gevangen tussen hun eigen vier muren.?
Hun oordeel over Europa is ronduit negatief. Ze verwijten Europa dat het hen heeft overgeleverd aan de Amerikanen. Niet alleen hebben de Europese overheden en de EU geen enkele invloed in Irak, maar ook de Europese niet-gouvernementele organisaties (ngo?s) hebben hen in steek gelaten. Dit verwijt hoor ik in de hele regio.
Die regio is met zijn olievoorraden van vitaal belang voor de Europese energievoorziening. De olierijkdom is in die landen gebruikt om consumptieve samenlevingen in te richten die in niets onderdoen voor de westerse samenleving. De grootse plannen van de Arabische heersers betekenen een enorme markt voor westerse bedrijven. De Aziatische Spelen die in de eerste helft van december in Qatar plaatsvonden, prestigieuze bouwprojecten en een blinde wedijver tussen de oliestaten om de grootste havens en vliegvelden van de regio te bouwen, zijn daar een booming business. Daar profiteren westerse bedrijven ongekend van. De Nederlandse regering heeft om de Nederlandse bedrijven goed van dienst te kunnen zijn in 2005 een ambassade in Qatar geopend, terwijl elders vanwege bezuinigingen ambassades werden gesloten.
Dat Nederland en andere Europese landen voor hun energievoorziening afhankelijk zijn van de Golfstaten maakt een intensieve politieke betrokkenheid bij de regio alleen maar noodzakelijker. De landen in die regio zijn ook strategische buurlanden van Europa. Of zij broeinesten van extremisme worden of zich aansluiten bij de moderne waarden van mensenrechten en democratie, is van directe invloed op ons leven in Europa. Daarom deel ik de verbazing van velen in de regio dat Europa nagenoeg geheel afwezig is in de debatten over de politieke ontwikkelingen daar.
Europa moet in de regio een sterk gezicht hebben, een adres, een vertegenwoordiging. Nationale ambassades die als primaire taak hebben de belangen van nationale bedrijven te dienen, zijn niet in staat politiek-diplomatieke initiatieven te ontplooien. De Europese Commissie wordt voor de hele regio vertegenwoordigd door een klein kantoor met twee mensen in Riyad. Die minimale Europese presentie wordt gezien als een teken van gebrekkige interesse.
Zolang de Amerikanen in de regio de enige kracht blijven en geen alternatieve ideeën tot stand komen, zullen de autocratische overheden uit naam van de nationale veiligheid alleen het risico van de buurlanden benadrukken: Iran tegen zijn Arabische buren, Saudi-Arabië bang voor een sjiitische overmacht en allemaal bang voor het uiteenvallen van Irak. Uit naam van die veiligheid zullen ze hun grote wapenwedloop voortzetten en democratisch gezinde bewegingen blijven onderdrukken. Van duurzame hervormingen zal weinig terechtkomen.
Europa heeft door zijn eigen ervaringen met regionale samenwerking veel te bieden aan een regio die zwaar geteisterd is door sektarisch en religieus wantrouwen, dictatuur en geweld. De ervaringen uit de Koude Oorlog, bijvoorbeeld in de conferenties voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, het zogenaamde Helsinki-proces, laten zien dat op lange termijn een toenadering tussen vijanden en rivalen mogelijk is. Niet alleen de overheden, maar ook de ngo?s in Europa moeten zich realiseren dat ze niet kunnen blijven toekijken hoe autocratische regimes weigeren te hervormen en hoe daardoor het islamitisch fundamentalisme terrein wint.
Farah Karimi is oud-Kamerlid voor
GroenLinks en voorzitter van de stichting
?Bridging the Gulf?. Ze reisde met een delegatie van het
Nederlands Helsinki Comité van 2 t/m 16 december 2006 naar verschillende landen rond de Perzische Golf.
news search
1-10-2007 Farah Karimi: "Maar ik ben ook van de softie"
Wordt vervolgd Oktober 2007 - Het interview - door Rik Smits
Na acht jaar Kamerlidmaatschap voor Groen Links richt Farah Karimi zich helemaal op de landen rond de Perzische Golf. Ze pleit voor meer openheid en betrokkenheid,...
15-08-2007 "Ziek van het navelstaren hier"
Farah Karimi druk met verbetering mensenrechten in de Golfstaten - Na de verkiezingen in november 2006 stapten veel Kamerleden uit de politiek, soms niet vrijwillig. Farah Karimi nam zelf het besluit: "De verbazing was weg."
4-01-2007 Europa grote afwezige in de Golf-regio
Europa heeft nagenoeg geen politieke invloed in de landen rond de Perzische Golf, constateert Farah Karimi. Dat is merkwaardig omdat juist Europa er belang bij heeft dat die landen zich in democratische richting ontwikkelen.
Farah Karimi: "Maar ik ben ook van de softie"
Wordt vervolgd Oktober 2007 - Het interview - door Rik Smits
Na acht jaar Kamerlidmaatschap voor Groen Links richt Farah Karimi zich helemaal op de landen rond de Perzische Golf. Ze pleit voor meer openheid en betrokkenheid,...
"Ziek van het navelstaren hier"
Farah Karimi druk met verbetering mensenrechten in de Golfstaten - Na de verkiezingen in november 2006 stapten veel Kamerleden uit de politiek, soms niet vrijwillig. Farah Karimi nam zelf het besluit: "De verbazing was weg."
Europa grote afwezige in de Golf-regio
Europa heeft nagenoeg geen politieke invloed in de landen rond de Perzische Golf, constateert Farah Karimi. Dat is merkwaardig omdat juist Europa er belang bij heeft dat die landen zich in democratische richting ontwikkelen.