Islamitische vrouw strijdt op twee fronten
27 september 2002 (pagina 7); Opinie Farah Karimi;
Farah Karimi is lid van de Tweede Kamer voor GroenLinks.
Het is moedig dat Hirsi Ali onderdrukking in eigen kring aan de kaak stelt. Maar niet alleen de islam, ook vrouwen geven culturele normen door, zegt Farah Karimi.
Ayaan Hirsi Ali is met de dood bedreigd en moest onderduiken. Haar is de mond gesnoerd. Vrijheid van meningsuiting is de kern van de democratie. Ik ben gevlucht uit de Islamitische Republiek Iran,waar ayatollahs het vrije woord en de rechten van vrouwen schenden. Nu heb ik de behoefte in de bres te springen voor de rechten van Hirsi Ali. Zij staat niet alleen. Er zijn in Nederland veel vrouwen uit landen met een islamitische cultuur, die strijden tegen onderdrukking.
Allereerst: ik heb lang moeten nadenken of ik dit artikel zou schrijven. Veel van wat Hirsi Ali naar voren heeft gebracht over de onverenigbaarheid van de islam met een aantal mensenrechten, heb ik zelf in verschillende debatten aangedragen. Wie zich verdiept in de sharia, de islamitische wetgeving, die gebaseerd is op lichamelijke straffen en de vrouw duidelijk lager plaatst dan de man,moet concluderen dat de praktijk en de beginselen niet in overeenstemming zijn met het recht opleven, op lichamelijke integriteit en met de gelijke rechten van mannen en vrouwen.
Deze beginselen en praktijken blijven niet beperkt tot het straf- of familierecht en worden in veel landen min of meer letterlijk toegepast. Ook in het privé-domein hebben zij hun invloed op depositie van vrouwen. Tradities die met de islam niets te maken hebben, zoals meisjesbesnijdenis,worden gelegitimeerd met een beroep op de religie, die de lage positie van vrouwen zou goedpraten.
De islam is als ordenend principe, als 'beginselprogramma' voor een samenleving met een fundament van gelijkberechtiging, onacceptabel. Daarom ben ik een verklaard tegenstander vaneen politieke islam, van een samenleving waarvan sociale en juridische uitgangspunten islamitisch zijn.
Toch heb ik getwijfeld of ik me nog met de discussie moest bemoeien, nu sinds 11 september en na Pim Fortuyn het politiek-maatschappelijke klimaat is verhard. De islam is namelijk de nieuwe vijand geworden. Islamofobie neemt angstaanjagende vormen aan en generalisaties zijn aan de orde vande dag. Televisie is bepalend geworden. Uiteenzettingen wil men niet meer horen, maar slechts slogans. Het debat is gereduceerd tot de vraag 'vind je wel of niet dat de islam een achterlijke cultuur is.'
Deze polarisatie is fnuikend voor het debat over de rol van de islam in de multiculturele en multireligieuze samenleving. Zelfs kritische of gewezen moslims die er jaren geleden bewust afstand van hebben gedaan, vinden dit een beledigende stelling. Zij zijn geneigd in het debat een positie te kiezen waarin ze misschien zelfs gaan verdedigen wat ze zelf al jaren bestrijden.
Immers, ook iemand zoals ik, die afstand heeft gedaan van de islam, is zich wel degelijk bewust van de positieve waarden in de eigen cultuur, hoewel die doordesemd is met die godsdienst. Mijn politieke bewustzijn, mijn geloof in een rechtvaardige en solidaire samenleving en in de eigenverantwoordelijkheid van mensen, komt voort uit de interpretaties van het sji'itisme door Ali Shariati, een van de islamitische vrijdenkers van Iran. Gaandeweg ben ik me ook bewust geworden van de grenzen van die interpretatie, en van de tegenstrijdigheden die er zijn met de universele verklaring van de rechten van de mens.
Zeker als dat wordt gemeten aan wat er in de praktijk in de naam van de islam wordt gedaan. Vele vrouwen uit islamitische landen zijn Hirsi Ali voorgegaan in haar strijd voor vrouwen-emancipatie. Elke vrouw gebruikt daarbij haar specifieke cultureel-historische context, zoals ik ook doe.
In de inbreng van Hirsi Ali en waarschijnlijk ook in de bedreigingen, speelt de specifieke situatie van Somalië ongetwijfeld een belangrijke rol. De Somalische samenleving is een weinig verdraagzaam een wordt al jaren geteisterd door geweld en burgeroorlog. De Somalische gemeenschappen in Europa zijn zeer gesloten en koesteren de traditionele verhoudingen uit hun land.
Hoe belangrijk deze fundamentele debatten over de verhouding tussen islam en mensenrechten ook zijn, ze leiden niet onmiddellijk tot lotsverbetering van vrouwen hier. Ik hoop dat de discussie zich meer gaat richten op de dringende vraag hoe wij migranten- en vluchtelingenvrouwen, onder wie moslimvrouwen, kunnen steunen bij hun emancipatie.
In de jaren negentig werkte ik als coördinator van een landelijk project voor de emancipatie van allochtone vrouwen. Groot was mijn verbazing toen ik de situatie van vluchtelingen- en migrantenvrouwen beter leerde kennen. Zelfs in verhouding tot de herkomstlanden, liep het emancipatieproces hier dikwijls achter. Sociaal-economische, maar ook culturele factoren spelen een belangrijke rol. En natuurlijk de kwetsbare rechtspositie van vrouwen: door het repressieve overheidsbeleid hebben deze vrouwen meestal afhankelijke verblijfsvergunningen, wat hun afhankelijkheid van mannen vergroot.
Het behoeft geen betoog dat het integratieproces wordt versterkt naarmate de emancipatie van vrouwen vordert. Vrouwen zijn overal ter wereld de dragers van tradities, culturele normen en waarden. Het zijn moeders en tantes die de meisjesbesnijdenis uitvoeren. Zij zijn de opvoeders die aan hun zonen doorgeven dat een meisje dat bij haar huwelijk geen maagd is, niets waard is. De effecten van dergelijke culturele normen en waarden zijn onvoorstelbaar groot.
De enige manier om daarin verandering te brengen, is een open discussie. Onderwijs en voorlichting zijn essentieel, repressie en uitzendingen helpen niet. Emancipatie is ook altijd een kwestie van de lange adem. Voor het emancipatieproces van migranten- en vluchtelingenvrouwen is een grote inspanning nodig. Vrouwen als Hirsi Ali die de vrouwenonderdrukking in de eigen gemeenschap aan de kaak durven stellen, zijn belangrijk. Allochtone vrouwen moeten twee keer emanciperen: in de eigen gemeenschap én in de Nederlandse samenleving. Dat is lastig.
Het emancipatiebeleid van de overheid is de afgelopen jaren geheel gericht geweest op de hoogopgeleide, werkende, autochtone vrouw voor wie het combineren van arbeid en zorg een probleem is. Emancipatie is echter meer dan dat. Al jaren zijn vrouwen uit minderheden roependen in de woestijn, die de overheid steun vragen in hun strijd op twee fronten.
In de Tweede Kamer zitten vijf vrouwen met een islamitische achtergrond. Ik zie het als taak voor hen en mij om een voortrekkersrol in dit debat te vervullen. Je zou denken dat wij, met onze verschillende ervaringen met islamitische culturen, de vertolkers kunnen zijn van de noden van moslimvrouwen. Ik hoop dat we boven de partijpolitiek kunnen uitstijgen, gezamenlijk opereren,het debat stimuleren, en vluchtelingen- en migrantenvrouwen steunen in hun strijd.
Copyright: de Volkskrant