karimi
media
film
artikelen
boeken
19-06-2000

EU heeft meer Fischers nodig

 

19 juni 2000 (pagina 7), Opinie: Farah Karimi
Farah Karimi is lid van de Tweede Kamer voor GroenLinks.

De Europese integratie dreigt stuk te lopen op het pragmatisme van de politieke leiders. Farah Karimi juicht het pleidooi van de Duitse minister Fischer voor een federaal enparlementair Europa toe, maar denkt dat vrees voor machtsverlies sterker zal zijn.

DEZE week vindt weer de halfjaarlijkse top van de regeringsleiders van de Europese Unie plaats. Europa lijkt zo langzamerhand verworden tot een permanent vergadercircus. Zelfs regeringsleiders houden zich steeds meer bezig met detailkwesties. Zo zal deze week in Feira een hoop tijd verloren gaan met geruzie over enkele mineure belastingregels. Terwijl je van zo'n verzameling politici toch allereerst een visie zou mogen verwachten op onze toekomst.
Formeel zijn ze daar toe gehouden. Het Unieverdrag draagt ze op om bij Eurotoppen grote lijnen uit te zetten. Maar daar komt deze zelfbenoemde parttime regering van de EU nauwelijks aan toe. De Europese Raad wordt door geen parlement gecontroleerd en bepaalt haar eigen agenda.

Pragmatisme is de laatste jaren de mode. Het lijkt niet toevallig dat deze kleurloze trend gelijke tred houdt met de sociaal-democratische dominantie in de meeste Europese hoofdsteden. Een dominantie die vooral is gebaseerd op het opzichtig afschudden van ideologische veren. In plaats daarvan lijkt er een softe vorm van Derde Weg-nationalisme te komen. En daarin is geen ruimte voor Europese bevlogenheid.
In de praktijk leidt dit steeds vaker tot de behartiging van het eigen nationale, meestal economische belang. Zo verwatert Europa tot een vrijhandelszone waarin iedereen elkaar beconcurreert met alle sociale en ecologische gevolgen van dien. Zo blijft de Unie politiek onmachtig en ontstaat er geen Europa van gekozen politici maar van anonieme ambtenaren.

Daarom is het een verademing dat de Duitse minister van Buitenlandse zaken Joschka Fischer de waan van de dag heeft verruild voor een privé-visie op de toekomst van Europa. In zijn rede op 12 mei in Berlijn analyseert hij messcherp dat het integratieproject haar Waterloo tegemoet gaat als ergeen herbezinning plaatsvindt op doel en richting.

Hij constateert dat de EU gaat vast lopen in haar eigen gebrekkige besluitvormingsmechanismen als er straks geen vijftien maar dertig staten lid zijn. Inderdaad is een Eurotop met dertig regeringsleiders onvoorstelbaar om maar eens iets te noemen. Weliswaar wordt er dit jaar een nieuwe wijziging van het EU-verdrag voorbereid om klaar te zijn voor de uitbreiding. Daarbij staan echter maar een paar bescheiden wijzigingen op de rol. Het lijkt erop alsof men denkt: een paar Oost-Europese landen erbij dat is het voorlopig wel. Terwijl de conflicten op de Balkan hebben laten zien dat het er om gaat heel Oost-Europa onder de stabiliserende paraplu van de Unie te brengen.

Fischer betoogt terecht dat een Unie met steeds meer lidstaten, die op de oude intergouvernementele voet doorgaat, een Europa oplevert dat zó ondoorzichtig en ondemocratisch op de burger zal overkomen dat desinteresse het gevolg zal zijn. Hij wijst op het vervreemden de psychologisch effect dat straks 300 miljoen Europeanen wel één munt delen maar dat deze monetaire unie niet in balans wordt gehouden door een politieke unie, die bijvoorbeeld voor sociaal evenwicht zorgt.

Fischer pleit dan ook hartstochtelijk voor wat hij de parlementariserung van Europa noemt. Een Europa met een volwaardig Europees Parlement dat een direct gekozen president aan het hoofd van een regering controleert. Op basis van een Europese grondwet.
Maar tevens vindt hij het mede gezien de culturele en historische verschillen van essentieel belang dat de natiestaten blijven bestaan. Hij wil dan ook in die Europese grondwet zien vastgelegd wat nationale bevoegdheden zijn en wat Europese. Bovendien wil hij naast het Europees Parlement ook een Europese senaat met afgevaardigden uit nationale parlementen.

Toegegeven zo'n staatkundig bouwwerk heeft federale elementen, maar geeft tevens een duidelijke rol aan de lidstaten. Wie de ideeën van Fischer tot puur federalisme bestempelt doet hem tekort en maakt een karikatuur van het debat. Te vaak worden federale elementen ten onrechte gelijk gesteld aan Europees centralisme. Dit laatste dreigt juist in het huidige intergouvernementele model dominant te worden. Terwijl Fischers voorstellen kunnen leiden tot meer directe zeggenschap en minder Brusselse bedilzucht.

Zonder de voorstellen van Fischer tot het ideale model te bestempelen, verdienen ze steun. Juist vanwege het streven naar een pan-Europese, democratische Unie die niet alleen over munt enmarkt gaat, maar juist ook over mens en milieu.

Er zijn ook geopolitieke redenen om het initiatief van Fischer toe te juichen. Duitsland is sinds de hereniging de grootste lidstaat. Een staat die straks bij de uitbreiding als een spin in het web zit. Als die aangeeft liever vandaag dan morgen in een groter Europees verband ingebed te worden, danzouden buren dat met twee handen moeten aangrijpen. Immers, de Europese samenwerking is een gevolg van de verzoening van gezworen vijanden, na twee wereldoorlogen. Frankrijk de traditionele sparringpartner van Duitsland laat het lelijk afweten. De Fransen lijken vooral met hun interne zaken bezig.

Ook Tony Blair zou in aanleg toch de Europese stier bij de horens moeten kunnen vatten. Maar hij reserveert zijn retorisch talent voor binnenlands gebruik: de verkondiging van een moreel geladen patriottisme. Zo dreigt een machtsvacuüm in de Unie te ontstaan. Juist op het moment dat zij voorde tweede keer voor een inmense verzoeningsopdracht staat.

Alle reden voor een Europese deelnemer van het eerste uur om te proberen om het debat over detoekomst van Europa aan te jagen. Nederland heeft met zijn federale voorstel bij het verdrag van Maastricht (1991) een flink pak rammel gehad. De vaderlandse politiek zou haar federale fobie eensmoeten laten varen. Nederland moppert wel vaker dat het politiek niet voor vol wordt aangezien,zoals in de Balkancrisis. De regering geeft daar door haar passieve diplomatie alle aanleiding toe. Terwijl Wim Kok met zijn Europese ambities juist een initiatiefrol zou kunnen spelen. Hij is de langstzittende premier met goodwill en gezag. Onlangs hield hij nog een hartstochtelijk pleidooivoor de uitbreiding met Oost-Europa, maar helaas gaf hij er geen politieke handen en voeten aan. Hij zou z'n nek verder kunnen uitsteken door op de komende top een pleidooi te houden voor eenvisie op het nieuwe ongedeelde Europa van de toekomst. Aangezien de ministers van buitenlandsezaken daar ook rondhangen, kan Fischer zelf dat komen toelichten.

De kans op zo'n uitkomst lijkt klein. Al was het maar omdat een transparanter en democratischer Europa ten koste zal gaan van de ongecontroleerde macht van de Europese Raad. Wil de EU nietvastlopen in de komende tien jaar, dan zijn er dringend meer Fischers nodig.


Copyright: de Volkskrant


news search

Vul een zoekterm in.
Vul een zoekterm in.